Hoe Schrijf Ik Een Filosofisch Essay

  • 1

    Probeer niet te citeren. Er is geen reden om de afsluiting van citaten en analyses te voorzien — dit had je in het middenstuk van je essay moeten doen. Als het echt moet, vat de citaten dan samen en verbind ze met de hoofdvraag.

  • 2

    Gebruik geen lastige taal. De conclusie is geen plek om de lezer te verwarren met moeilijk te begrijpen woorden. Je wilt dat de conclusie duidelijk en direct is, niet saai en stijf. Probeer daarnaast om “Ten eerste,” “Ten tweede”, “Ten derde”, enz. te vermijden. Maak duidelijk wat je probeert te zeggen en hoeveel punten je gaat behandelen.

  • 3

    Verwar de lezer niet met nieuwe informatie. Het is nu geen tijd om nieuwe ideeën te introduceren. Dit zal de lezer alleen maar verwarren. Hoop de dingen niet op — maak simpelweg een beknopt overzicht van wat je essay heeft opgeleverd, en wat jouw mening is na het analyseren van de informatie.

  • 4

    Concentreer je niet op de minder belangrijke zaken. De conclusie is er niet om over kleine thema’s in je essay te muggenziften. Sterker nog, de conclusie is er om wat afstand te nemen van die kleine thema’s en je te richten op het grote geheel. Zorg ervoor dat je conclusie draait om het belangrijkste punt in je essay, niet om een klein detail.

  • Dag Fré.
    Toevallig ben ik er net een schrijfboek over aan het schrijven, voor de Schrijfbibliotheek van Augustus (komt in november uit). Hier een klein voorproefje: 'Wat is een essay? In ieder geval niet wat Van Dale er van maakt. Het gezaghebbende woordenboek noemt het genre namelijk ‘een persoonlijk gekleurde verhandeling over een wetenschappelijk of letterkundig onderwerp’. De redactie verwijst daarbij meteen door naar het lemma over ‘opstel’. Het laatste verraadt ongeremde Angelsaksische invloeden (in Amerika is een essay een schoolopstel), en die laat zijn slagschaduw over de rest van de definitie vallen. Waarom bijvoorbeeld het onderwerp (‘een wetenschappelijk of letterkundig onderwerp’) zo nauwgezet aangeven? Kijk naar een lijst van de onderwerpen die de oervader van het genre – Michel de Montaigne – ooit schreef en je ziet veel meer dan letterkunde of wetenschap. Over dronkenschap bijvoorbeeld, maar ook over kannibalen, of waarom kinderen op hun vader lijken. Natuurlijk schrijft Montaigne ook over de poëzie van Virgilius, en over het feit dat filosoferen is leren hoe te sterven, maar de zestiende-eeuwse schrijver liet zich niet beperken in zijn onderwerpkeuze. En gelukkig trekken hedendaagse essayschrijvers zich ook niets aan van Van Dale: essays kunnen nog steeds over alles gaan – van de ogen van dieren (Charlotte Mutsaers) tot de noodzaak van de doodstraf (Gerrit Krol).
    De redactie van de Winkler Prins-encylopedie is wat dit betreft heel wat genuanceerder, en noemt een essay een ‘term voor een prozageschrift, bij voorkeur over wijsgerige, m.n. cultuurfilosofische, esthetische, ethische en maatschappelijke kwesties’. Gelukkig gaat de redactie vervolgens expliciet in op het hiervoor genoemde bezwaar van de te beperkte onderwerpskeuze. ‘Niet zozeer door het onderwerp als wel door de wijze van behandeling, de meer persoonlijke benadering en de daarmee in verband staande stilistische kwaliteit onderscheidt het zich van de meer wetenschappelijke “studies”’, schrijft de redacteur, om daar aan toe te voegen: ‘De grens is soms moeilijk te trekken; ook de literaire kritiek is nauw verwant aan het essay.’
    Als we de verschillende definities op rij zetten, zien we een paar snijlijnen. Allereerst dat het essay een ‘beschouwing’ is, een ‘prozageschrift’ of (Wikipedia) een ‘stuk beschrijvend proza’. Uit deze woordenworsteling valt af te leiden dat essays geen poëzie, noch toneel zijn, wel proza. En wel een speciaal soort proza dat beschouwend of beschrijvend van aard is – dit in tegenstelling tot het verhalende genre. Die laatstgenoemde term is overigens weer feitelijk onjuist, want puur beschrijvend proza leidt tot reportages en dat is een heel ander genre.
    ‘Beschouwing’ is het juiste woord: in een essay ‘beschouw’ je iets, kijk je ergens naar en beoordeel je het. ‘Overweging’ is een derde term die Van Dale hierbij gebruikt, ‘een onder woorden gebrachte en geuite overweging’. Kijken, nadenken, oordelen, dat is de volgorde.
    Het tweede punt dat telkens terug komt is het persoonlijke. Bij een essay mag je - veel meer dan in opstellen, in papers, scripties en dissertaties – persoonlijke invalshoeken en elementen gebruiken, een persoonlijke stijl hanteren en een eigen idee weergeven. ‘De auteur geeft zijn, subjectieve, mening over een onderwerp,’ vermeldt Wikipedia kordaat.
    Dat laatste is precies de reden om het schoolopstel (en artikelen in wetenschappelijke tijdschriften, scripties en proefschriften) niet tot de kerngroep der literaire essays toe te laten. Een van de belangrijkste argumenten is dat een écht essay een persoonlijk onderzoek is, een gedachtenexperiment waarbij je niet jezelf uitschakelt en streeft naar objectiviteit, maar waar je juist je subjectiviteit gebruikt om een idee te ontwikkelen. Het boek Walden; or, Life in the Woods van Henri Thoreau uit 1854 – over het algemeen gezien als een van de grote essays van de negentiende eeuw – gaat weliswaar over ‘het simpele leven’ en de vraag of je op een andere manier kunt leven in een snel industrialiserende wereld, maar is grotendeels een authentiek persoonlijk verslag van een man die een eenvoudig huis bouwt aan de rand van een meertje, en daar nadenkt over het bestaan, de natuur en de waarde van persoonlijke bezittingen. Zet Walden naast een wetenschappelijk betoog en je ziet de grote verschillen – in betrokkenheid en bevlogenheid, maar ook in argumentatie, bewijsvoering en stijl. Wat in het ene genre een doodzonde is (de eigen beperkte waarneming), is bij het andere een zegen. Het objectiveren of veralgemeniseren van de ervaringen die Thoreau daar aan het meer bij Concord, Massachusetts beleefde, heeft geen enkele zin voor een boek zoals Walden, het redeneren in de richting van algemene ideeën wel.
    Een ander groot verschil tussen wetenschappelijk essaywerk en de vrije beschouwing is dat je bij de laatste soort van te voren lang niet altijd weet waar je geestelijke zoektocht je naar toe zal leiden. En zelfs als je nergens uitkomt, dan nog is het soms boeiend om op te schrijven hoé je van punt A naar punt G kwam (bijvoorbeeld via F, B, E, D, C en – wederom – A. Een opstel, dissertatie of paper heeft daarvoor een veel te rigide structuur. Alleen al die verplichte conclusie: een gotspe voor het meanderende, onderzoekende karakter dat het echte essay kenmerkt. Niet dat conclusies verboden zijn in essays, maar verplicht zijn ze zeker niet. Lees de essays van Bernlef, Schippers of Kousbroek en verwonder je over het veelvuldig ontbreken van een expliciete conclusie – zonder dat het essay er zelf onder te leiden heeft.'

    Ex-hoofdredacteur Schrijven Online

    0 thoughts on “Hoe Schrijf Ik Een Filosofisch Essay”

      -->

    Leave a Comment

    Your email address will not be published. Required fields are marked *